Geschiedenis

Het witte stadje Thorn heeft een enorm cultuurhistorisch erfgoed. Dit uit zich in een verhalende vorm in de geschiedenis van de abdij, van de adellijke kloosterdames, ook stiftdames genaamd en van het soevereine vorstendommetje, dat zich ‘geleid door dames’ de 11e eeuw wist staande te houden tot aan de komst van de Fransen in 1794. In een concrete vorm krijgt dit geweldige erfgoed zijn uitdrukking in de vele monumenten, gegroepeerd in een relatief gaaf historisch centrum rondom de Abdijkerk.

Al spoedig na de Tweede Wereldoorlog groeide er in het kleine Thorn het bewustzijn, dat op eigen kracht dit geweldige erfgoed niet kan worden beheerd of in stand gehouden, om nog maar te zwijgen over ontwikkeling, ‘vermarkting’ of promotie ervan. Naast provincie en Rijksoverheid ontstond er steeds meer behoefte aan ondersteuning, advisering en stimulering als het gaat om monumentenzorg, cultuurbeheer, historisch onderzoek of toeristische ontwikkeling. Onder burgemeester Jo Smeets begon men in de prille jaren zestig van de vorige eeuw te spreken over een ‘vriendenclub’, die de gemeente met raad en daad terzijde zou moeten staan bij vooral het restaureren en renoveren van het dan zieltogende historische centrum. De geluiden werden, naarmate de jaren zestig vorderden steeds luider en onder burgemeester Schutgens wordt het initiatief genomen om de Vereniging Vrienden van Thorn op te richten. Als datum van oprichting staat in de eerste statuten de 20e mei 1967 geboekstaafd. Mensen die aan de basis van deze oprichting stonden en in de pioniertijd veel werk verzetten voor vereniging en gemeenschap waren, naast de gemeenteambtenaren Jan Wolfs en Peter Roost, de Hagenaar Ton Landheer en de Amsterdammer Emiel Schüttenhelm.

De vereniging stelde zich ten doel om niet alleen de cultuur en het geschiedonderzoek van het stadje te bevorderen, maar had ook een sociale taakstelling voor ogen. Men streefde ernaar de vereniging te verankeren in de gemeenschap van Thorn, door de onderlinge band tussen beide te verstevigen. Ten behoeve van het eerste doel – het behartigen van culturele en historische aangelegenheden – riep de vereniging al vroeg een zogenaamd Fonds Kleine Monumenten in het leven, waaruit kleinere initiatieven financieel konden worden ondersteund. Om de sociale banden te verinnigen werden de zogenaamde Jaardagen in het leven geroepen; als het ware Toogdagen, steeds gelokaliseerd op de eerste zaterdag van september, waarop de ‘Vrienden’ van heinde en verre naar Thorn kwamen om niet alleen te vergaderen en ideeën uit te wisselen over de wijze waarop het witte stadje nadrukkelijker ‘op de kaart kon worden gezet’, maar ook om te verpozen en te genieten van een unieke en nog relatief ongerepte ambiance.

De leden van de vereniging komen niet alleen uit Nederland, maar ook zijn zij afkomstig uit België en andere West-Europese landen. Illustere mensen, van bekende en onbekende naam, namen zitting in het bestuur en onderscheidden zich door het vele werk, dat zij verzetten. Zeer in het oog lopende voorzitters, die de kar van de vereniging niet zelden vlot trokken als deze weer eens op de soppige wegen was vastgelopen, waren W.F. de Gaay Fortman (Gaius), ARP- en CDA-coryfee en ooit minister van Binnenlandse Zaken en Eef Brouwers, Philips perschef en later directeur van de Rijks Voorlichtings Dienst. Tot 2014 stond Jan Willem Bertens als preses aan het roer. Hij is, naast liefhebber van de historie en cultuur van het witte stadje, als Maastrichtenaar fervent MVV-fan en oud-diplomaat en Europarlementariër.

Scroll Up